Inhouding huisvestings- en zorgkosten op het minimumloon wel toegestaan

Werkgevers mogen de kosten voor huisvesting en de zorgverzekering toch inhouden op het minimumloon. De werknemer moet de werkgever hiervoor dan wel machtigen. In de Wet aanpak schijnconstructies (WAS) is een verbod opgenomen op inhoudingen op het minimumloon. Na kritiek op dit onderdeel kondigde minister Asscher eerder dit jaar aan dat hij een uitzondering wil opnemen voor huisvestings- en zorgkosten en voor werknemers in de sociale werkvoorziening. Bovendien werd dit onderdeel van de WAS uitgesteld tot 1 januari 2017. De uitzonderingen zijn nu opgenomen in het ‘Ontwerpbesluit wijziging Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag’. Wat mag er worden ingehouden?

Huisvestingskosten
Met een schriftelijke machtiging van de werknemer mag de werkgever de kosten voor huisvesting op het uit te betalen minimumloon inhouden tot een maximum van 25% van het minimumloon. Onder de huisvestingskosten vallen de huurprijs, de kosten voor nutsvoorzieningen (als er sprake is van een individuele meter) en de servicekosten. De verhuurder moet een woningbouwvereniging zijn of beschikken over een huisvestingskeurmerk conform de cao, zoals het SNF-certificaat uit de ABU-cao.

Gedetacheerde werknemers
Vergoedingen voor reiskosten, huisvesting of voeding die een gedetacheerde werknemer in de Europese Unie maakt in verband met zijn detachering, behoren niet tot het minimumloon. De werkgever mag deze kosten dan ook niet inhouden op het minimumloon.

Zorgverzekering
De kosten voor de zorgverzekering op het uit te betalen minimumloon mogen worden ingehouden tot maximaal het bedrag van de gemiddelde nominale premie die een verzekerde voor de zorgverzekering betaalt. Voor 2016 is dat € 103,58 per maand. Ook hiervoor geldt dat er een schriftelijke machtiging van de werknemer vereist is.

Arbeidsbeperkte werknemers
Voor arbeidsbeperkte werknemers kan de werkgever, na een schriftelijke machtiging, namens de werknemer uit het te betalen minimumloon betalingen doen ter zake van de huur, kosten van nutsvoorzieningen, de premie zorgverzekering en lokale heffingen (o.a. rioolheffing, ozb en waterschapsbelasting).

Bron: www.fiscount.nl